Lobith-Tolkamer

Van KulturhusWiki

Ga naar: navigatie, zoek

terug naar de inhoudsopgave

Kulturhus Lobith-Tolkamer

'Veel handen maken licht werk'


Het Kulturhus van Lobith-Tolkamer bestaat eigenlijk uit twee delen: het Gildehuis op de dijk en het Dorpshuis aan de markt. Het nieuwe Gildehuis werd gedeeltelijk door vrijwilligers gebouwd. 'Ons motto was: vele handen maken licht werk. Daardoor konden we de nieuwbouw relatief snel en goedkoop realiseren,' aldus André Pes, voorzitter van de Stichting Accommodatiebeheer Lobith-Tolkamer (SALT) en in het dagelijks leven projectmanager bij een fabrikant van bouwmaterialen.'


De gemeente Rijnwaarden ligt, de naam zegt het al, aan de Rijn, dichtbij de Duitse grens. Rijnwaarden bestaat uit de dorpen Aerdt, Herwen, Lobith, Pannerden, Spijk en Tolkamer en heeft zo'n 11.000 inwoners. De dorpen kennen een zeer rijk verenigingsleven. Zo heeft iedere kern een eigen harmonie of fanfare en daarnaast diverse verenigingen op sportief, cultureel en creatief gebied. Vertegenwoordigers uit het verenigingsleven van Lobith (3250 inwoners) en Tolkamer (2625 inwoners) hebben in 2003 op initiatief van de gemeente de Stichting Accommodatie beheer Lobith-Tolkamer (SALT) opgericht. Deze heeft een voortrekkersrol vervuld bij de realisatie van twee dorpshuizen – het Gilde huis en het Dorpshuis – die samen een Kulturhus vormen. Huidige voorzitter van SALT is André Pes.



Ofschoon de gemeente Rijnwaarden nog jong is (ontstaan in 1985 als gevolg van een gemeentelijke herindeling) hebben de dorpen waaruit deze gemeente bestaat stuk voor stuk een lange geschiedenis. Ze werden bijna allemaal in de vroege Middeleeuwen gesticht en hebben door hun strategische ligging aan de Rijn de nodige belegeringen en bezettingen meegemaakt. Sporen van deze rijke historie zijn vandaag de dag nog altijd terug te vinden in de gemeente. Ook in de tradities die in de dorpen hoog worden gehouden, klinkt nog de echo van het verleden. Zo wordt er in Lobith in de periode tussen He melvaart en Pinksteren nog altijd een zondagse processie gehouden, waarbij onder meer de monstrans en verschillende relieken rond de kerk worden gedragen. Daarna is er in de kerk een indrukwekkende mis, die gemiddeld door zo'n twaalfhonderd mensen wordt bijgewoond. 'Als je er gevoelig voor bent, vallen er tijdens die mis altijd de nodige “kippenvelmomenten” te beleven,' lacht André Pes. 'Het is echt heel bijzonder om in deze periode bij elkaar te zijn in de kerk.'


Schuttersfeest

De zaterdag voorafgaand aan de processie begint de kermis. Deze valt samen met het feest van schutterij Eendracht Maakt Macht (EMM), opgericht in 1648. De voornaamste doelstelling was destijds het

bevorderen van de saamhorigheid, bijvoorbeeld door een gestorven gildebroeder de laatste eer te bewijzen tijdens diens begrafenis. Maar de eendracht diende daarnaast ook gestimuleerd te worden door middel van het jaarlijkse schuttersfeest. Vast onderdeel daarvan was het schieten op een vogel. Wie de vogel van de paal schoot, was voor een jaar koning van het gilde en moest het een zilveren schild schenken. Pes: 'Deze traditie wordt nog steeds in ere gehouden. Nog altijd wordt het schuttersfeest in de Hemelvaartsweek gevierd. Voor de vijfhonderd leden van de schutterij is dit beslist het hoogtepunt van het jaar.' Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw tot en met 2003 werd het schuttersfeest altijd gehouden in het Gildehuis: het honk van de schutterij, prachtig gelegen op de dorpsgrens van Lobith met uitzicht op de Oude Rijn. 'Vanaf de jaren negentig was echter wel duidelijk geworden dat dit Gildehuis het niet lang meer zou maken. Er moest iets gebeuren, want anders zou het binnen een jaar of tien uit zichzelf in elkaar storten,' vermoedt Pes.


SALT

In diezelfde tijd werd duidelijk dat diverse andere verenigingen en stichtingen eveneens in panden zaten die geen decennia lang meer mee konden. Pes: 'Ook het Dorpshuis, waarin onder meer de bibliotheek was gevestigd, was nodig aan een opknapbeurt toe. Het voldeed niet langer aan de eisen van deze tijd. Om over de oude huishoudschool – honk van vele verenigingen zonder eigen accommodatie – maar niet te spreken. Die stond praktisch op instorten.' Kortom: tijd voor actie, zo vond de gemeente Rijnwaarden. De vertegenwoordigers van zo'n twintig verenigingen, clubs en stichtingen zonder eigen behuizing werden in 2003 op het gemeentehuis genood voor een gesprek over de toekomst. Pes: 'Daaruit kwam al snel naar voren dat de gemeente de verschillende partijen het liefst onder één dak wilde brengen. Voor nieuwbouw of renovatie van alle drie de panden – Gildehuis, Dorpshuis en huishoudschool – was namelijk geen geld. Een gezamenlijk onderkomen was derhalve feitelijk de enige optie. Maar wel een optie die iedereen gelukkig aansprak: het draagvlak voor het idee van de gemeente bleek groot. Vervolgens kwam de vraag of de participanten dan niet zelf een bestuur in het leven konden roepen om de bouw te begeleiden. In dit bestuur zouden idealiter vertegenwoordigers van diverse grotere verenigingen participeren. De gemeente had hiervoor al zes kandidaten op het oog: mensen vanuit carnavalsvereniging 't Olde Tollus, vanuit de schutterij EMM, muziekvereniging Leo Harmonie en de jongerensociëteit Solution. Aan deze zes zou een roulerend lid worden toegevoegd namens de kleinere verenigingen.' Zo gezegd, zo gedaan. De kandidaten voelden er wel voor en de oprichting van de Stichting Accommodatiebeheer Lobith-Tolkamer (SALT) was een feit. Pes: 'Wij, als bestuursleden, konden goed met elkaar overweg en waren enorm gemotiveerd om van dit project een succes te maken. We hebben er dan ook direct de schouders onder gezet.'


Afbeelding:Lobith_3.png


SALT ging dus meteen voortvarend aan de slag en maakte een afspraak met architect Bert Lamers van Duoplan uit Doetinc hem. Pes (destijds nog secretaris van de stichting): 'De bedoeling was om met de sloop van het Gildehuis te starten en daarna op diezelfde locatie nieuwbouw neer te zetten. De schutterij had hiervoor al plannen ontwikkeld met architect Lamers, dus dat kwam mooi uit. Nu moesten echter ook nog snel de wensen van de andere toekomstige gebruikers geïnventariseerd worden. SALT heeft dat op zich genomen. Vervolgens paste de architect de oorspronkelijke plannen aan en berekende hij de bouwkosten samen met een aannemer. Op dat moment was al duidelijk dat de gemeente 1,1 miljoen euro beschikbaar stelde voor de bouw. Daarnaast was de schutterij – als grootste toekomstige gebruiker – ook bereid een aanzienlijk bedrag in het project te steken. Echter, op voorwaarde dat het nieuwe Gildehuis zijn deuren zou openen vóór He melvaart 2004. Was dat niet het geval, dan wilde de schutterij 10.000 euro terug hebben. Dat geld hadden ze dan namelijk nodig om een grote tent te huren voor de schuttersfeesten, want die zouden dan niet in het nieuwe Gildehuis gehouden kunnen worden. “Hemelvaart 2004” was dus een harde deadline. Met andere woorden: we hadden krap een jaar om het hele project te realiseren. Snel werd er een inschrijving gestart onder aannemers en installateurs.We stuurden een aantal ons programma van eisen, ontwerp en bestek en vroegen welk prijskaartje daar volgens hen aan hing. Dat was even schri kken. We kwamen twee ton te kort! Tijd om nog naar aanvullende fondsen of subsidies op zoek te gaan was er echter niet meer: we wilden de deadline hoe dan ook halen.'


Lobbyen

En dus besloten de stichtingsleden andere wegen te bewandelen. Pes: 'Het was ons doel omdat tekort “dicht te lopen”. Onder meer door materialen slim in te kopen, de verenigingen zelf verantwoordelijk te maken voor de inrichting van het pand en vooral door heel veel vrijwilligers in te schakelen. Wat hebben we toen gedaan? Om te beginnen schakelden wij ons eigen netwerk in en zijn we gaan lobbyen. Zo zijn we bijvoorbeeld gaan praten met producenten en toeleveranciers van diverse bouwop. Vanuit mijn werk kende ik die al wel, dus het contact was zo gelegd. Vervolgens zijn we met deze mensen om de tafel gaan zitten om te bespreken of ze het materiaal niet voor een vriendenprijsje konden leveren. Uiteindelijk hebben velen dat gedaan. Vanuit hun eigen overtuiging: ze zagen dat dit project belangrijk was voor de cohesie in de gemeenschap en waren bereid daar – letterlijk en figuurlijk – een steentje aan bij te dragen. Zonder zichzelf overigens op de borst te kloppen: deze “sponsors” worden nergens genoemd en willen dat ook niet. 'Tegelijkertijd werden de verenigingen aangemoedigd zelf de verantwoordelijkheid voor de inrichting van het nieuwe Gildehuis op zich te nemen. Pes: 'Afgesproken was dat in het nieuwe Gildehuis vooral de clubs zouden komen die “lawaai” maken: de harmonie, de koren, de muziekschool, de carnavalsvereniging. Sommigen kregen in het gebouw een eigen ruimte, anderen delen de ruimte die ze gebruiken. Zo heeft de harmonie tweehonderd vierkante meter parketvloer aangekocht. De vereniging heeft de gedeelde ruimte zelf behangen en er vloerbedekking gelegd, die natuurlijk ook uit eigen middelen was gefinancierd. Andere clubs brachten hun inboedel in: stoelen en tafels vanuit de oude behuizing. Het grootste deel van de inrichting van de gemeenschappelijke ruimten is overigens overgenomen van de schutterij. Die heeft in ruil daarvoor echter wel bedongen dat zij het Gildehuis tijdens het jaarlijkse feest voor zichzelf heeft. Met de carnavalsvereniging zijn vergelijkbare afspraken gemaakt. Twee keer per jaar dienen de andere gebruikers dus een weekje elders onderdak te vinden.'


Zweet

Tot slot staken de verenigingsleden zelf ook de handen uit de mouwen. Pes: 'Twee bestuursleden van SALT zaten in het bouwteam. Die hebben aan de aannemer – Joosten uit Didam – gevraagd op welke posten er kon worden bezuinigd door zelf vrijwilligers in te zetten. Dat waren er nogal wat. Zo konden we bijvoorbeeld helpen met het opruimen van de bouwplaats, met graven, schilderen, bestraten en met het leggen van vloeren. Dat hebben we vervolgens dan ook gedaan. Vooral de leden van de schutterij hebben zich regelmatig in het zweet gewerkt. Deze vereniging kent zo'n vijfhonderd mannelijke leden die allemaal graag voor Hemelvaart hun nieuwe onderkomen wilden betrekken, dus er was altijd wel iemand te vinden die aan de slag kon. Maar ook vrijwilligers van de andere verenigingen hebben regelmatig mee geholpen. Veel mensen hier in Lobith hebben toch de mentaliteit dat je niet alleen in een dorp woont om te consumeren, maar ook om te investeren. Dat betekent dat de bereidheid om te helpen – op welke manier dan ook – behoorlijk groot is. Om die reden waren er vanaf de start van de bouw, in september 2003, steeds wel verenigingsleden op de bouwplaats te vinden. Die vervolgens ook eendrachtig hebben samengewerkt. Want al met al is dit hele proces zeer voorspoedig verlopen; er viel geen onvertogen woord. Achteraf denk ik wel eens dat het juist aan de tijdsdruk te danken is geweest dat het allemaal zo vlot is gegaan. Het Gildehuis moest gewoon af en er was domweg geen tijd voor ellenlange discussies of onderling geruzie.'


En het Gildehuis kwam af: precies op tijd werd het ruime pand met drie verdiepingen opgeleverd. Pes: 'De vloer lag er nog niet in en daarom hebben we een tijdelijke houten vloer gelegd voor de schuttersfeesten. Maar voor de rest stond het gebouw er en kon het gewoon gebruikt worden. Dat is dan ook gebeurd. De pastoor heeft het pand nog met veel ceremonieel ingezegend en daarna barstten de feesten los!'


' Wanneer mensen samen als doel hebben een Kulturhus te maken, komen de gesprekken op gang. Er gaat iets gebeuren, de aandacht concenreert zich op dat punt, je weet: daar moet ik naartoe. Een goed Kulturhus is gemeengoed. Het beste zou zijn om aandelen te verkopen, teneinde mensen nog sterker te binden. Mensen die ergens een offer voor hebben gebracht, zullen binding krijgen met zo'n doel. 'Dit zijn de woorden van Arjo Klamer, hoogleraar in de Economie van Kunst en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn woorden geven perfect weer wat de inzet van vrijwilligers betekent in het Kulturhustraject. Deze inzet wordt zichtbaar op heel veel terreinen: van meedraaien in werkgroepen en stuurgroepen tot het daadwerkelijk de handen uit de mouwen steken: metselen, timmeren, schoonmaken en talloze andere hand- en spandiensten. Deze belangeloze inzet transformeert het Kulturhus tot hét ontmoetingspunt van de lokale gemeenschap.


Dorpshuis

Toen het Gildehuis eenmaal in gebruik was genomen, werd het tijd om het Dorpshuis aan te pakken. Hier moesten de “stille” partijen worden gevestigd: de bibliotheek, speelotheek, het consultatiebureau, de dagopvang voor ouderen, de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen – die onder meer een hobbyclub en een kaartclub bestiert – de heemkunde kring, en Pauropus, een particuliere organisatie die langdurig werklozen naar een baan begeleidt. Pes: 'Voorlopig zaten al deze gebruikers echter nog in de oude panden. Geld om het Dorpshuis ook tegen de vlakte te gooien en te vervangen door nieuwbouw, was er niet meer. En ook voor de beoogde renovatie ontbraken begin 2004 nog de middelen. Daar komt nog bij dat deze wél geheel door vaklie den uitgevoerd diende te worden. Het Dorpshuis is gevestigd in een oud Patronaatsgebouw met een bijzondere kap, waarin een extra verdieping moest worden gemaakt. Dat vroeg het nodige vakmanschap; de klus was te specialistisch voor vrijwilligers. We konden dan ook ook niet zo makkelijk geld besparen. Dus moesten we afwachten, in de hoop dat er toch nog financiële bronnen aangeboord zouden worden. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Eind 2005 werd de Kulturhussubsidie vanuit de provincie toegekend. Direct werd toen opdracht verstrekt aan de aannemer. Overigens kwam niet de gehele Kulturhussubsidie ten goede aan het Dorpshuis. Een deel ervan verdween alsnog in het Gildehuis. De gemeente had ons alvast een voorschot gegeven om dat te bouwen, maar wel op voorwaarde dat een deel van het provinciale geld bij toekenning alsnog naar de gemeente zou gaan. Dat gebeurde derhalve ook. Voor de renovatie van het Dorpshuis was er daardoor maar twee ton beschikbaar. Toch bleek dat voldoende om met de renovatie te starten. Begin 2006 was het werk af. In maart van dat jaar heeft gedeputeerde Esmeijer het dorpshuis geopend in bijzijn van vele burgers. Hun reacties waren heel positief: men is erg blij met deze mooie voorziening.'


Mondharmonicaclub

Nu het nieuwe Gildehuis er staat en het Dorpshuis grondig is opgeknapt, wacht alleen de oude huishoudschool nog op sloop. Pes: 'Aan dat gebouw valt echt geen eer meer te behalen. Het gaat tegen de grond en wordt vervangen door woningen. Hiervoor zijn ISV - gelden (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) toegekend. Bij dit proces speelt SALT verder echter geen rol meer. Wij hebben ons de afgelopen tijd vooral bemoeid met het beheer van de panden. Daarvoor is inmiddels een vaste beheerder aangesteld, die voor zijn werkzaamheden de maximale vrijwilligersvergoeding ontvangt. Bardiensten en andere hand- en spandiensten worden verricht door de leden van de diverse verenigingen. Met andere woorden: dat is goed geregeld. De voornaamste taak van het stichtingsbestuur is nu nog om het Gild- en Dorpshuis nog meer tot dé centra van de gemeenschap te maken. Dat betekent onder andere dat ook clubs uit de andere kernen er gebruik van mogen maken, als dat zo uitkomt. Zo heeft Spijk bijvoorbeeld een dansgroep die is ondergebracht in een piepklein gebouwtje. In de nabije toekomst willen we deze groep onze ruimtes ter beschikking gaan stellen. Het is trouwens zo dat in principe alle gebruikers huur betalen, maar we maken wel eens uitzonderingen. Bijvoorbeeld voor de mondharmonicaclub. Dit is een groepje van oudere mannen dat graag samen komt, zonder dat men hiervoor een officiële vereniging of stichting in het leven heeft geroepen. Op de uren dat de zalen toch niet verhuurd zijn, kunnen ze in het Dorpshuis terecht.'


Een ander aandachtspunt van SALT is de gezamenlijke programmering in het Gilde- en Dorpshuis. Pes: 'Er is regelmatig gebruikersoverleg, waarin de verenigingen bespreken welke activiteiten ze gezamenlijk willen doen. Er zijn in dit opzicht al verschillende initiatieven genomen. Zo zijn de bibliotheek en speelotheek geïntegreerd tot één voorziening in het Dorpshuis, waardoor met name de speelotheek veel nieuwe klanten trekt. Ook hebben de koren en de muziekvereniging het afgelopen jaar een gezamenlijk kerstconcert gegeven. De eerste stappen zijn dus gezet; nu komt het erop aan om door te zetten. Maar gezien het enthousiasme bij alle betrokkenen, denk ik dat dit geen enkel probleem zal zijn!'


terug naar de inhoudsopgave


Bron: 'Een vorm van delen: Gelders Kulturhus' door Eimer Wieldraaijer en Femke van den Berg

(c) Provincie Gelderland, Arnhem maart 2007

ISBN: 978-90-73586-40-6

Aspecten/acties